Door burgemeester Avine Fokkens – Kelder.
De alles veranderende vraag
Op een gure dag, begin januari 1943, wordt er geklopt op de deur van een boerderij in Bontebok. Binnen woont Hendrik Marcus de Jong met zijn gezin. Een boer; een man van het land, levend met de seizoenen en het ritme van alledag.
Voor de deur staat zijn buurman, Tjeerd Wietsma, actief in het verzet. Hij stelt een vraag die alles verandert: of De Jong bereid is om Joodse mensen onderdak te bieden. Hendrik de Jong en zijn vrouw Nienke weten wat er op het spel staat en dat het gevaarlijk is. Dat ze niet alleen hun eigen leven riskeren, maar ook dat van hun gezin.
De beslissing
Misschien is er twijfel geweest. En waarschijnlijk ook angst. Maar er is iets anders dat zwaarder weegt dan die angst: namelijk de overtuiging dat je niet kunt wegkijken wanneer anderen in nood zijn.
In tijden van vrijheid wordt zichtbaar wie we willen zijn. Maar in tijden van onvrijheid wordt zichtbaar wie we werkelijk zijn. De keuze van Hendrik en Nienke de Jong om “ja” te zeggen liet zien wie ze werkelijk waren. Hun boerderij werd een schuilplaats; hun erf een doorgang.
Dat moment, die beslissing, is geen eenmalige daad van het echtpaar De Jong. Het is het begin van iets dat hun leven – en dat van vele anderen – voorgoed zal veranderen.
De verzetsgroep
Hendrik Marcus de Jong zou uiteindelijk uitgroeien tot een boegbeeld van het verzet langs de Schoterlandse Compagnonsvaart. Een groep mensen die weigerde zich neer te leggen bij onrecht. Een groep die bestond uit mensen uit de streek. Geen beroepssoldaten, geen mensen die voorbereid waren op een oorlog, maar gewone mensen met gezinnen, beroepen en dromen.
Hoe langer de wreedheden van de bezetter duurden, hoe meer mensen zich geroepen voelden om mee te doen aan het verzetswerk. Uiteindelijk was er langs de Schoterlandse Compagnonsvaart dan ook bijna geen gezin meer te vinden dat geen onderduiker had.
De omgeving krijgt zelfs een bijnaam: de Schoterlandse Jordaan. Een plek waar honderden Joodse mensen een veilig heenkomen vinden. Dat zijn niet alleen cijfers; dat zijn levens, namen, verhalen. Toekomsten die anders misschien verloren waren gegaan.
Wat drijft mensen om zulke risico’s te nemen? Is het moed, plichtsgevoel, medemenselijkheid?
Memoires
In zijn memoires, geschreven na de oorlog, schrijft Hendrik de Jong over zijn drijfveren. Niet als een heldendom. Hij schrijft er nuchter over, bijna eenvoudig. Alsof hij wil zeggen: wat moest ik anders doen?
Maar één ding – en misschien is dat wel de kern van zijn verhaal – benadrukt hij nadrukkelijk. Dat het verzetswerk alleen mogelijk was doordat mensen samenwerkten. Mensen met verschillende achtergronden. Met verschillende geloofs- en politieke overtuigingen. Mensen die elkaar – ondanks die verschillende achtergronden – vonden in één gezamenlijk doel: het helpen van hun medemens, ondanks alle risico’s die daaraan verbonden waren. Hij zag het als een van de schoonste perioden uit zijn leven.
Herdenken
Dames en heren, op 4 mei herdenken we. We staan stil bij de mensen die, waar ook ter wereld, hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. Onze vrijheid die is bevochten en betaald met het hoogste offer. Dat doen we met blijvende dankbaarheid.
Maar we staan ook stil bij keuzes die mensen maakten. Keuzes die het verschil maakten voor anderen. Die keuzes zijn niet alleen van toen. Ook vandaag leven we in een wereld waarin oorlog en conflict aanwezig zijn.
Waar mensen op de vlucht zijn. Waar vrijheid niet vanzelfsprekend is. Waar tegenstellingen soms groter lijken te worden. En waar verschillen in overtuiging, afkomst of geloof mensen tegenover elkaar zetten. Juist in zo’n wereld klinkt de oproep van Hendrik de Jong opvallend actueel.
Herdenken is daarom meer dan terugkijken. Het vraagt iets van ons. Het is luisteren naar wat het verleden ons nog altijd probeert te vertellen. Oftewel: de geschiedenis leren begrijpen.
Vrijheid
Vrijheid vraagt om waakzaamheid. Om verantwoordelijkheid. Om de bereidheid om op te staan tegen onrecht.
Maar boven alles vraagt vrijheid om samenwerken. Laten we daarom, in de geest van Hendrik Marcus de Jong, kiezen voor samenwerking, over grenzen van politiek en geloof heen. ‘Want’, om met de eigen woorden van De Jong te spreken en te eindigen, ‘alleen dan is men in staat om opbouwend werk te verrichten. Dit heeft de bezettingstijd duizendvoudig bewezen.’